po·pu·lair bn, bw; -der, -st 1 bij veel mensen geliefd: ~e muziek 2 al te joviaal; strevend naar populariteit: ~ doen
po·pu·lis·me het; o (min) neiging zich te richten naar de massa vd bevolking
Binnen de architectuur - en stedenbouw opleidingen in Nederland is de moderne beweging nog steeds favoriet en wordt een traditionele aanpak genegeerd. Marktwerking dwingt de Autonome bouwmeester naar een hedendaagse ontwerper waarbij ‘normaal’ en ‘veilig’ hoog scoren.
Sinds de jaren tachtig is de architectuur toenemende mate populair en populistisch geworden, of misschien is ze dit in de westerse cultuur altijd al geweest. Er is in toenemende mate sprake van branding en van het creëren van een massapubliek voor de architectuur.
Moet de architect zich openstellen voor wat gebruikers vragen of moet hij zich opstellen als een dictator? Anders bekeken: een leider of een lijder? Wanneer is architectuur populair en wanneer is het populistisch? Bestaat er in deze tijd, waarin (city-)branding een steeds grotere rol begint te spelen en waar gebouwen voor een massapubliek worden opgetrokken, eigenlijk nog wel een architectuur die niet-populistisch is? Worden architecten door het huidige prijsvragen-systeem (en in deze tijden van crisis) gedwongen tot populistisch gedrag.
Stof om over te debatteren!